Soesjes met kaneel

1uur 5min Ingrediënten voor 24 porties

Voor de soesjes:

  • 100 g bloem
  • 85 g licht gezouten Lurpak®, in blokjes gesneden
  • 3 grote eieren, geklopt

Voor de vulling van room:

  • 300 ml slagroom
  • 6 eetlepels vanille-kastanjepasta* (vaak te vinden in blikjes in het gedeelte van supermarkt met speciale producten of in delicatessenzaken)
  • 1 theelepel kaneelpoeder

Voor de chocoladesaus:

  • 125 g chocolade (70% cacao), in stukjes
  • 1 eetlepel schenkstroop
  • 50 ml slagroom
  • Eetbaar bladgoud en eetbare gouden glitters, ter garnering
Soesjes met kaneel

Bereiding

Voor het maken van de soesjes zeef je de bloem op een vel bakpapier. Breng bij laag vuur 220 ml water en de licht gezouten Lurpak®-boter aan de kook in een grote pan. Gebruik het bakpapier als trechter en voeg het bloemmengsel snel toe aan de pan. Haal de pan van het vuur en roer met een houten lepel door het deeg tot er een glad en dik geheel is ontstaan dat niet aan de zijkanten blijft plakken. Laat een beetje afkoelen.

Roer het geklopte ei er stukje bij beetje doorheen. Mogelijk heb je niet al het geklopte ei nodig. Blijf goed roeren tussen elke toevoeging. Ga door tot er een glanzend en glad deeg is ontstaan dat wel van een lepel valt, maar stevig genoeg is om met een spuitzak ergens op te spuiten.

Verwarm de oven voor op 200 ˚C/180 ˚C (heteluchtoven)/stand 6 (gasoven) en leg bakpapier op een grote bakplaat.

Plaats een normale spuitmond van gemiddelde grootte op een spuitzak en doe het deeg erin. Maak kleine rondjes met een diameter van ongeveer 5 cm op de bakplaat. Zorg ervoor dat ze ook ruimte hebben om te rijzen. Als je geen spuitzak hebt, gebruik je eetlepels om steeds één eetlepel van het deeg op het bakpapier te plaatsen. Maak je vinger vochtig en duw alle mogelijke puntjes naar beneden.

Plaats de bakplaat op het hoogste niveau en laat 25-30 minuten bakken tot de bolletjes gerezen, goudbruin en knapperig zijn. Haal de soesjes uit de oven en maak met een klein mes of rietje een gat in de onderkant van elk soesje, zodat de stoom kan ontsnappen. Laat afkoelen op een rekje.

Voor de vulling gebruik je een garde en mix je de room, vanille-kastanjepasta en kaneel tot er een iets luchtig geheel ontstaat.

Wanneer de soesjes volledig zijn afgekoeld, snijd je elk soesje doormidden en spuit je de room erin.

Voor de chocoladesaus voeg je de chocolade, schenkstroop en room toe aan een kom boven op een pan met pruttelend water. Blijf er rustig in roeren tot de chocolade is gesmolten. Gebruik een lepel om de chocoladesaus over de soesjes te verspreiden. Stapel de soesjes daarna op op een bord en decoreer met bladgoud en gouden glitters. Serveer direct.

*In plaats van kastanjepasta kun je ook 400 ml slagroom met kaneel opkloppen.